Wat moet je kunnen om schrijfrijp te zijn

Een kind kan niet leren stappen als hij nog niet rechtop kan staan. Zo kunnen kinderen niet leren schrijven als zij niet aan bepaalde voorwaarden voldoen. Zoals het potlood goed vasthouden, strepen en lijnen van links naar rechts over het papier trekken en figuren onderscheiden. Voor het schrijven moet het kind het bewegingsapparaat volledig beheersen, zijn motorische ontwikkeling moet dus in orde zijn.

Om schrijfrijp te zijn moet het kind voldoen aan verschillende voorwaarden. Hierbij valt er onderscheid te maken tussen algemene en specifieke voorwaarden.

Kind met pelikan potlood

Algemene voorwaarden:

Bij het schrijven treden volgende processen in werken :

 

Taalbeheersing:

Voor het verwerken van instructies moet het kind in staat zijn de gesproken taal juist te interpreteren. Zeker ruimtelijke begrippen die bij uitleg van schrijfletters worden gebruikt moet het kind kunnen vertalen naar zijn eigen werk.

Vb.: Luuk luistert aandachtig naar de juf, maar hij begrijpt er niets van. “Omhoog met het potlood, daarna naar links en terug naar beneden” Maar als de juf omhoog gaat op het bord gaat zij in de richting van het plafond en als Luuk dit doet heft hij zijn hand en komt het potlood los van het blad. Raar hoor! Vindt hij.

 

Zintuigen:

Het in alle opzichten goed functioneren van de perceptie is een logische voorwaarde voor het schoolse leren en dus ook voor het schrijven. Bij het schrijven is zowel het gebruik van de ogen en oren als het inwendig spiergevoel van groot belang. De ogen én de oren moeten natuurlijk voldoende goed functioneren om de opdrachten te kunnen zien en horen.

Vb.: Axel is zijn bril vergeten hoewel hij die altijd nodig heeft om te tekenen, te schrijven of te lezen. Nu ziet hij niet op welke lijn hij moet schrijven en op het bord ziet hij alleen maar witte vlekken. Zou hij durven vragen om vooraan in de klas te mogen zitten?

 

Emotioneel evenwicht:

Het is vrijwel zinloos om kinderen die nog geen belangstelling voor letters hebben, te leren lezen of schrijven.

 

Geestelijk evenwicht:

Het kind moet geestelijk en emotioneel in staat zijn iets te leren in een voortdurende wisselwerking met anderen, leerkracht en andere kinderen.

 

Motivatie om te leren:

Sommige kinderen zien niet in wat er leuk is aan leren. Zij hebben geen zin om te werken, na te denken of een oplossing te zoeken. Ze zijn niet echt leergierig en worden het liefst met rust gelaten in hun eigen spel.

 

Concentratie:

Complexe motorische taken vereisen veel aandacht. Het kind moet zich volledig op de opdrachten kunnen concentreren.

Vb.: An heeft problemen met concentratie. Onder het dictee kan zij moeilijk haar aandacht houden bij de gedicteerde tekst. Het is muisstil in de klas, enkel de leerkracht praat. Toch hoort An net iemand in de gang lopen en zij hoort de kinderen zingen in het naastliggende klaslokaal. Hé, zij kent dat liedje ook. Als de meester dicteert: ‘Jan is bij oom’, denkt An meteen aan oom Willem, die was vorig weekend op bezoek en hij ging toch een nieuwe hond kopen. Zou hij al een hond hebben en…

Blauwe pelikan griffix pen

Specifieke voorwaarden:

De grove motoriek:

Een goed ontwikkelde grove motoriek of grootmotoriek heeft ook duidelijk invloed op de ontwikkeling van het schrijven. Dankzij het grootmotorisch bezig zijn krijgen wij ook een vertrouwdheid met ons eigen lichaam en dat is nodig voor het handhaven van een goede schrijfhouding. Immers de globale motoriek zorgt ervoor dat wij ons evenwicht vinden op de stoel; dat wij stabiel zijn en ons voortdurend kunnen aanpassen aan de positiewijziging van de schrijfarm.

 

De fijne motoriek:

Dit is het samenspel tussen de zenuwen en de handspieren en zorgt voor soepele en gedifferentieerde bewegingen van hand en vingers. Het goed vasthouden van het potlood en de besturing van dit instrument door middel van fijne bewegingen in vingers en hand vereisen een goed ontwikkelde fijne motoriek.

 

Het lichaamsbesef:

Om goed te kunnen bewegen in de ruimte is het nodig dat een kind zijn eigen lichaam kent. Hij moet zijn lichaamsdelen kunnen aanwijzen en benoemen. Ook moet hij bepaalde houdingen en bewegingen kunnen imiteren. Dit lichaamsbesef groeit door veel motorisch bezig te zijn.

 

De ruimtelijke oriëntatie:

Het kind moet begrippen zoals boven, onder, voor, achter, links en rechts kennen. Ook moet hij uit een vijftal dezelfde figuren die figuur halen die ten opzichte van de andere vier gedraaid is. Deze ruimtelijke oriëntatie is nodig omdat de woorden die moeten worden gelezen en geschreven, richtingconstant, plaatsconstant en na een tijd vormconstant zijn. Verder moet het kind over een ruimtelijk organisatie-vermogen beschikken, denken we bv. aan de hellingshoek, de afstand tussen woorden en regels, de schrijfrichting en de bladspiegel. Bovendien moet hij een aantal

 

begrippen beheersen:

Kort-lang, boven-onder, op-neer, in-uit, links-rechts, vooraan-achteraan.
Vormonderscheidingsvermogen en kritische waarneming: het kind moet in een tekening verschillen herkennen en fouten die strijdig zijn met de logica zoals een tafel met drie poten. Dit kritisch waarnemen is nodig om de vorm en de volgorde van de letters in een woord te onders- cheiden. Het is ook belangrijk dat een kind die tekening uit een reeks tekeningen kan halen dat precies gelijkend is met de voorbeeldtekening. Dit vermogen heeft hij nodig om letter te onderscheiden die op elkaar lijken, zoals m en n, h en k.

 

Oog-handcoördinatie:

Dit is de samenwerking tussen de ogen en de schrijfhand, dus de samenwerking tussen het zien van letters en woorden en het bewegen van de hand en het potlood. Deze zaken moeten duidelijk op elkaar afgestemd zijn om te kunnen tekenen en schrijven. Het kind moet een ononderbroken lijn kunnen trekken van het ene object naar het andere met behoud van dezelfde papierligging moeten deze lijn na enige tijd in alle richtingen getrokken kunnen worden.

 

Lateralisatie:

Het kind heeft een duidelijke voorkeur voor linker- of rechterhand. Het is belangrijk voor het schrijven dat hij een voorkeurshand heeft en deze steeds gebruikt voorde schrijftaak.

 

Ritmegevoel:

Schrijven is een opeenvolging van tekens. Het kind moet ook tijdig kunnen stoppen met de beweging.

 

Het automatiseren van bewegingen:

kinderen die hun fijnmotoriek en grootmotoriek niet genoeg beheersen hebben moeilijkheden met het automatiseren van bewegingen.
Al deze algemene en specifieke voorwaarden moeten ontwikkeld worden. Enerzijds is dit afhankelijk van leeftijd en individuele lichamelijke groei en anderzijds van gerichte oefeningen aangepast aan het reeds bereikte niveau. Beide factoren zijn zeer belangrijk.

Ouders en leerkrachten moeten dus ook gericht gaan oefenen met kleuters! Je leest hier meer over bij kleuters.

.

Leren schrijven, een hele opdracht!

Klik op onderstaande linken om alles te weten te komen over leren schrijven:

Icoon potlood in hand

Wat moet je kunnen om schrijfrijp te zijn

Een kind kan niet leren stappen als hij nog niet rechtop kan staan. Zo kunnen kinderen niet leren schrijven als zij niet aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Meer info

Icoon potlood in hand

Goed schrijven en de juiste pengreep

Het is belangrijk dat we schrijven bekijken vanuit een motorisch en procesmatig standpunt. Het doel is niet alleen mooi schrijven, maar ook soepel en vlot!

Meer info

Icoon potlood in hand

De juiste schrijfhouding

Zowel op school als thuis moet er extra veel aandacht besteedt worden aan het automatiseren van de juiste schrijfhouding.

Meer info

Icoon potlood in hand

Een goede schrijfmethode en schrijfmateriaal

Het is niet de bedoeling om hier 'dé' ideale schrijfmethode uit de doeken te doen. Evenmin willen we alle schrijfmethodes onderling vergelijken.

Meer info

Jongen en meisje met afstudeerhoed getekend